Margaret Thatcher: de IJzeren Dame die Groot-Brittannië veranderde
Toen Margaret Thatcher in 1979 premier werd van Groot-Brittannië, stond het land op instorten. De economie lag op zijn gat, de vakbonden hadden de straat overgenomen en niemand durfde moeilijke beslissingen te nemen. Dat veranderde toen een compromisloze dochter van een kruidenier het roer overnam en haar stempel drukte op een hele generatie.
Je kent haar nu als de IJzeren Dame, maar Margaret Thatcher werd geboren als Margaret Roberts in 1925 in het provinciestadje Grantham. Haar vader was een strenggelovige winkelier en plaatselijke politicus. Hij leerde haar discipline, spaarzaamheid en verantwoordelijkheidsgevoel – waarden die later haar hele beleid zouden kenmerken.
Margaret studeerde scheikunde aan Oxford en werkte kort in de industrie voordat ze rechten ging studeren. Als jonge vrouw had ze een duidelijke ambitie: de politiek in. In 1959 werd ze gekozen als parlementslid voor de Conservatieve Partij. In een mannenwereld was dat al een prestatie op zich, maar ze was nog lang niet klaar.
De weg naar de top
In de jaren ’60 en ’70 klimt Thatcher snel omhoog binnen haar partij. Ze wordt minister van Onderwijs in 1970, en maakt zich daar niet geliefd door gratis melk voor schoolkinderen af te schaffen – iets waar ze de bijnaam “Thatcher the Milk Snatcher” aan overhoudt. Maar ze blijft doorgaan. Als de Conservatieven in 1974 de verkiezingen verliezen, werpt Thatcher zich op als alternatief voor de zwakke, wispelturige partijleiding.
In 1975 verslaat ze verrassend de zittende partijleider en wordt ze de eerste vrouwelijke leider van de Conservatieve Partij. Daarmee is ze ook meteen de eerste vrouw die een grote partij in het Verenigd Koninkrijk leidt. Velen onderschatten haar, maar ze wacht haar moment af.
Groot-Brittannië in crisis
Als Thatcher in 1979 premier wordt, is Groot-Brittannië het zieke mannetje van Europa. Inflatie en werkloosheid zijn torenhoog. De industrie is verouderd, vakbonden hebben buitensporig veel macht, en het land beleeft de zogenaamde “Winter of Discontent”, waarin vuilnis zich ophoopt op straat en doden niet begraven worden vanwege stakingen.
Thatcher gelooft niet in compromis of in half werk. Ze ziet een falende verzorgingsstaat en kiest voor een radicaal andere koers. Haar economisch beleid – dat later bekend wordt als het “Thatcherisme” – richt zich op privatisering, deregulering en het breken van de macht van de vakbonden.
De strijd met de vakbonden
De grootste confrontatie komt in 1984–85, wanneer de National Union of Mineworkers in staking gaat. De mijnwerkers protesteren tegen geplande sluitingen van onrendabele kolenmijnen. Thatcher weigert te wijken. Ze stuurt politie op de stakers af, zet geheime diensten in om de vakbonden te bespioneren, en laat zien dat ze niet bang is voor burgerlijke onrust.

National Union of Mineworkers in staking
De staking duurt meer dan een jaar en eindigt uiteindelijk in een nederlaag voor de mijnwerkers. Thatcher heeft haar punt gemaakt: de overheid buigt niet meer voor georganiseerde arbeiders. Het is een keerpunt in de Britse samenleving. Miljoenen mensen verliezen hun baan, vooral in industriële regio’s, maar Thatcher is onvermurwbaar. Ze gelooft dat ze het land op de lange termijn sterker maakt – en haar aanhangers zijn het met haar eens.
De Falklandoorlog: patriottisme en overwinning
In 1982 valt het Argentijnse leger de Falklandeilanden binnen, een Britse kolonie in de Zuid-Atlantische Oceaan. Veel wereldleiders zouden onderhandelen of het verlies accepteren. Thatcher stuurt daarentegen meteen een vloot. Wat volgt is een korte maar felle oorlog op 12.000 kilometer van huis.
De Britse overwinning is een enorme boost voor het nationale zelfvertrouwen – en voor Thatchers populariteit. Van “onpopulair en twijfelachtig” stijgt ze naar “patriottische heldin”. In 1983 wint ze de verkiezingen overtuigend.
Controversiële hervormingen
In haar tweede termijn gaat Thatcher verder met het afbreken van staatsinvloed. British Telecom, British Gas, British Airways, ze worden allemaal geprivatiseerd. De huizen van woningcorporaties worden massaal verkocht aan bewoners. Het aantal aandeelhouders in Groot-Brittannië groeit explosief. Voorstanders spreken van economische vrijheid, tegenstanders van sociale ongelijkheid.
In 1990 probeert ze de zogenoemde “poll tax” in te voeren, een vlaktaks voor gemeentelijke lasten die ongeacht inkomen gelijk is voor iedereen. Het leidt tot woedende protesten en rellen, vooral onder de lagere inkomensgroepen. De weerstand groeit zelfs binnen haar eigen partij.

Poll tax protesten
De val van de IJzeren Dame
Na elf jaar als premier is de sfeer binnen de Conservatieve Partij veranderd. Thatcher is autoritair, niet bereid tot compromissen en steeds meer uit de pas met haar partijgenoten. In 1990 wordt ze uitgedaagd voor het leiderschap. Ze wint de eerste stemronde, maar niet overtuigend genoeg. Onder druk van haar partijgenoten besluit ze af te treden.
Ze wordt opgevolgd door John Major, maar niemand twijfelt eraan wie de dominante figuur van de afgelopen jaren was. Margaret Thatcher verdwijnt niet van het toneel. Ze blijft actief als spreekster, schrijver en conservatief boegbeeld, tot haar gezondheid haar jaren later terugtrekt uit het publieke leven.
Erfgoed en verdeeldheid
Thatcher overlijdt in 2013 op 87-jarige leeftijd. Haar dood leidt tot zowel rouw als feestvieringen. Ze is misschien wel de meest polariserende figuur in de moderne Britse geschiedenis. Voor haar aanhangers is ze de redder van Groot-Brittannië: een sterke vrouw die het land uit de economische afgrond trok. Voor haar tegenstanders is ze de vernietiger van gemeenschappen, de architect van ongelijkheid, en iemand die nooit mededogen toonde.
Maar niemand kan ontkennen dat ze geschiedenis schreef. Als eerste vrouwelijke premier van het VK, als symbool van neoliberale politiek en als iemand die nooit terugdeinsde voor een gevecht.


