20e Eeuw,  Nederland

Brongas: het vergeten gas van Nederland vóór Groningen

Lang voordat het Groningse aardgas Nederland veranderde, waren er al dorpen en steden die hun eigen gas opwekten. Ze gebruikten geen kolen of olie, maar gas uit de bodemwaterlagen: brongas. Deze lokale energiebron werd begin 20e eeuw op verschillende plekken in Nederland gewonnen, en stond aan de wieg van de gasvoorziening in plattelandsgebieden.

Brongas is een natuurlijk gasmengsel dat vrijkomt uit diepe grondwaterlagen, vaak in de buurt van veengebieden of oude rivierbeddingen. Het gas bestaat vooral uit methaan (CH₄) en komt naar boven als je op een bepaalde diepte in de grond boort en het opborrelende water opvangt.

In tegenstelling tot aardgas (dat wordt gewonnen uit diepere aardlagen zoals in Groningen), komt brongas uit ondiepere bronnen. Je kunt het bijna letterlijk uit de grond “scheppen” met water.

Hoe werd het ontdekt?

Aan het begin van de 20e eeuw ontdekten boeren in Drenthe, Overijssel en delen van Friesland dat het water uit hun putten borrelde en zelfs spontaan kon branden. Ze merkten dat als je het gas afscheidde van het bronwater, het uitstekend bruikbaar was voor verlichting en verwarming.

Vanaf de jaren 1910 begonnen gemeentes en particuliere bedrijven installaties te bouwen om het gas af te vangen, op te slaan en te distribueren. In onder meer Dedemsvaart, Blijham, Sleen, en Zuidwolde werd brongas gewonnen en via een lokaal netwerk naar huizen gebracht.

Een lokaal energiesysteem

Brongas was perfect voor dorpen en kleine steden die geen aansluiting hadden op stedelijke gasnetwerken. Elke plaats had z’n eigen putten, leidingen en gasmeters. De kwaliteit van het gas verschilde per locatie, maar meestal was het brandbaar genoeg om op te koken en voor verlichting te zorgen.

De systemen waren klein, eenvoudig en goedkoop. Ze pasten goed bij de zelfvoorzienende mentaliteit van het platteland in die tijd.

Niet zonder risico

Brongas was niet altijd veilig. Omdat het gas vaak samen met water werd opgepompt, was de druk laag en de controle beperkt. Er waren regelmatig lekkages, en door het ontbreken van geurstoffen (zoals die later aan aardgas werden toegevoegd), kon je een lek niet ruiken. Dit leidde af en toe tot explosies of vergiftiging.

Ook de opslag was primitief. Veel installaties gebruikten gashouders of simpelweg drukvaten die bovengronds stonden. Een aantal gemeenten stopten ermee toen veiliger alternatieven beschikbaar kwamen.

Het einde van de bron

De ontdekking van het aardgasveld in Slochteren (Groningen) in 1959 betekende het einde van het brongas-tijdperk. Met één klap werd Nederland overspoeld met goedkoop, schoon en hoogwaardig aardgas dat landelijk werd gedistribueerd.

De brongasinstallaties, vaak kleinschalig en inmiddels verouderd, konden daar niet tegenop. In de jaren 1960 en 1970 verdwenen de laatste brongasprojecten. De putten werden gesloten of raakten in vergetelheid.

Restanten van een verloren systeem

In sommige dorpen kun je nog steeds restanten vinden van de brongas-infrastructuur. Oude pomphuizen, verlaten leidingen of herinneringen in gemeentearchieven. In Zuidwolde en Dedemsvaart herinneren lokale musea nog aan deze vergeten vorm van energiewinning.

Reacties uitgeschakeld voor Brongas: het vergeten gas van Nederland vóór Groningen