Waarom de geallieerden besloten tot een landing op Gallipoli
Wanneer de vlootaanval van 18 maart 1915 eindigt in chaos en verloren slagschepen, beseffen de geallieerden dat de Dardanellen niet uitsluitend met maritieme kracht kunnen worden geopend. Het moment waarop dit inzicht doordringt, vormt de directe aanleiding voor een van de meest ambitieuze amfibische operaties van de Eerste Wereldoorlog. De beslissing om landtroepen in te zetten leidt onvermijdelijk tot de dramatische landingen op Gallipoli op 25 april 1915.
De mislukte vlootaanval zorgt voor een schokgolf binnen de Britse en Franse leiding. Het vertrouwen dat de kustforten wel zouden breken onder aanhoudend bombardement maakt plaats voor angst en twijfel. In Londen wordt duidelijk dat de geplande route naar Istanbul geblokkeerd blijft tenzij de kustbatterijen aan land worden uitgeschakeld. Maar daarvoor is meer nodig dan scheepskanonnen.
Het War Council komt bijeen om de situatie te bespreken. Winston Churchill, die eerder had aangedrongen op een snelle zege via de Dardanellen, dringt nu aan op een landoperatie. Anderen binnen het comité zijn terughoudend, maar de vlootcommandanten aan de frontlinie laten weten dat de kustforten alleen kunnen worden vernietigd door troepen die ze van achteren aanvallen. De marine staat op zichzelf te zwak om door te zetten.
De Mediterranean Expeditionary Force wordt in het leven geroepen. Het bevel gaat naar generaal Ian Hamilton, die in korte tijd een leger moet samenstellen dat bestaat uit Britse troepen, Franse eenheden en het Australian and New Zealand Army Corps. Hamilton bevindt zich direct in een logistieke uitdaging. De training is beperkt, de planning haastig en de kaarten van het terrein onnauwkeurig.
Maar het doel is duidelijk: het schiereiland Gallipoli moet worden ingenomen, zodat de kustforten kunnen worden uitgeschakeld en de vloot alsnog de zeestraat kan openen.
De race tegen de tijd
Hamilton vertrekt naar het front en onderzoekt het terrein. Wat direct opvalt, is hoe ruig en moeilijk begaanbaar Gallipoli is. Hoge kliffen, smalle stranden en heuvelruggen bepalen het landschap. De Ottomaanse verdediging staat onder leiding van luitenant-kolonel Mustafa Kemal, die de situatie scherp beoordeelt en zijn troepen strategisch verdeelt over de hoogtes.

Generaal Sir Ian Hamilton inspecteert de Royal Naval Division in Gallipoli.
De geallieerden kiezen voor meerdere landingszones. De hoofdlanding moet plaatsvinden bij Cape Helles aan de zuidpunt, terwijl het ANZAC Corps een aanval moet uitvoeren verder naar het noorden. De bedoeling is dat beide groepen doorstoten richting de hoogtes die het schiereiland domineren.
Wat Hamilton niet volledig beseft, is de snelheid waarmee de Ottomaanse verdediging reageert. Zodra de voorbereidingen voor een landing duidelijk worden, sturen de Ottomanen versterkingen naar cruciale posities. Ze bereiden zich voor op een massale invasie.
25 april 1915: De landingen beginnen
In de vroege ochtend van 25 april verschijnen rijen landingsboten uit de nevel. De stilte wordt gebroken door het geluid van scheepsmotoren en het eerste geweervuur vanaf de kust. Hoewel elke sector zijn eigen verhaal kent, draaien de gebeurtenissen overal uit op chaos.
Cape Helles: geen eenvoudige landing
Bij Cape Helles komen Britse troepen aan land op verschillende stranden. De bekendste zones zijn V Beach en W Beach. De aanval is bedoeld als een goed gecoördineerde landing, maar de omstandigheden maken orde vrijwel onmogelijk.
Op V Beach ligt het fort Seddülbahir dat uitkijkt over het strand. Zodra de landingsschepen dichterbij komen, openen Ottomaanse machinegeweren het vuur. Veel soldaten worden al in de boten geraakt en anderen sterven zodra ze het water in stappen. Het strand verandert snel in een terrein vol verwarring, rook en slachtoffers.
Toch weten kleine groepen Britse troepen zich vast te bijten in posities vlak boven de kust. Ze klampen zich vast aan lage muurtjes of zoeken dekking achter resten van gebouwen. De strijd om elke meter is intens.
ANZAC Cove: een verkeerde landing met grote gevolgen
Verder naar het noorden moet het ANZAC Corps landen op een relatief vlak strand dat geschikt lijkt voor een snelle opmars. In werkelijkheid gebeurt iets anders. Door stroming, navigatiefouten en slechte informatie komen de troepen terecht op een veel ruwer en steiler stuk kust dat later bekend wordt als ANZAC Cove.
De kliffen torenen hoog boven de ANZAC-troepen uit. Mustafa Kemal, die zich in de buurt bevindt, ziet onmiddellijk het belang van deze zone en stuurt troepen naar de heuvelruggen om de hoogtes te behouden. Hierdoor belanden de Australische en Nieuw-Zeelandse soldaten in een wanhopige race naar boven, onder vuur van Ottomaanse verdedigers die al strategische posities innemen.
De aanval verandert in een worsteling om terrein dat direct boven het strand ligt. Elke heuveltop is cruciaal. Het vermogen van de ANZAC-troepen om zich na de eerste chaos te hergroeperen voorkomt dat ze volledig worden teruggedreven, maar hun vooruitgang blijft beperkt tot enkele heuvels en uitgeholde plateaus.
Het Franse front bij Kum Kale
Aan de Aziatische kant van de Dardanellen landen Franse troepen bij Kum Kale. Deze actie heeft vooral als doel om Ottomaanse artillerie af te leiden en de druk op de andere fronten te verminderen. Hoewel de Fransen aanvankelijk terrein winnen, worden ze later teruggedwongen naar hun boten en opnieuw geëvacueerd naar Gallipoli zelf. Hun landing bewijst dat de Ottomaanse verdediging ook aan de overkant van de zeestraat stevig is georganiseerd.
Het eerste resultaat: geen doorbraak
Aan het einde van 25 april controleren de geallieerden meerdere stranden, maar hebben ze geen van hun belangrijkste doelen bereikt. Ze hebben voet aan wal gekregen, maar niet de hoogtes die de weg naar het binnenland bepalen. De Ottomaanse linies blijven intact en de verdedigers zitten vaak in betere posities dan voor de landing.
De geallieerden beseffen die eerste avond dat het offensief niet snel en eenvoudig zal zijn. De heuvels, de kliffen en de Ottomaanse tegenstand hebben de landing veranderd in een langdurige strijd om elk stukje terrein. De gevreesde stellingenoorlog, die al eerder aan het Westfront was ontstaan, tekent zich nu ook op Gallipoli af.


