20e Eeuw

Het Phoebus-kartel: hoe fabrikanten samen de levensduur van gloeilampen beperkten

In de jaren 1920 sloten de grootste lampenfabrikanten ter wereld een geheime overeenkomst: hun gloeilampen mochten niet langer dan 1000 uur branden. Niet omdat dat technisch onmogelijk was — maar omdat een kortere levensduur meer winst opleverde. Het zogeheten Phoebus-kartel stond aan de wieg van geplande veroudering en veranderde voorgoed hoe we naar producten kijken.

Aan het begin van de 20e eeuw was de gloeilamp een technologisch wonder. Dankzij pioniers als Thomas Edison, Joseph Swan en anderen werd elektrisch licht toegankelijk voor huishoudens over de hele wereld. De lampen werden steeds efficiënter en duurzamer: sommige modellen gingen 2500 uur of langer mee.

Maar dat werd een probleem voor de industrie.

Als een lamp jarenlang meeging, kocht je minder vaak een nieuwe. In een wereld waar steeds meer huishoudens al verlichting hadden, begon de groei te stagneren. Fabrikanten begonnen zich af te vragen: wat als we de levensduur juist beperken?

Het ontstaan van het Phoebus-kartel

In 1924 kwamen de grootste lampenproducenten bijeen in Genève om het Phoebus-kartel op te richten. Het ging om bedrijven als:

  • Osram (Duitsland)
  • Philips (Nederland)
  • General Electric (VS)
  • Compagnie des Lampes (Frankrijk)
  • Tungsram (Hongarije)

Officieel was het doel om “kwaliteit en standaardisatie” te bevorderen. In werkelijkheid maakten ze afspraken over marktaandelen én over de maximale levensduur van gloeilampen: 1000 uur.

Bewust minder goed maken

Om dit af te dwingen, begonnen fabrikanten hun lampen aan te passen. Ze gebruikten dunnere wolfraamdraden, veranderden de gasvulling, en pasten productieprocessen aan om de levensduur nauwkeurig te beperken.

Er werden zelfs boetes opgelegd aan dochterbedrijven die lampen produceerden die te lang meegingen. Testlaboratoria controleerden willekeurige steekproeven en hielden alles nauwkeurig bij in rapporten.

Het resultaat: waar lampen in 1920 nog makkelijk 1500 uur meegingen, daalde dit in de jaren daarna gestandaardiseerd naar 1000 uur. Precies zoals afgesproken.

Consumenten en overheden wisten van niets

Het kartel werkte achter gesloten deuren. Consumenten dachten dat kortere levensduur “technisch noodzakelijk” was. Ondertussen floreerden de verkopen: mensen moesten nu immers vaker nieuwe lampen kopen. Het was een commercieel succes, maar moreel en maatschappelijk uiterst discutabel.

Pas veel later, in de jaren ’50 en ’60, begonnen onderzoekers en activisten vragen te stellen over deze merkwaardige standaardisering. Maar het kartel zelf hield op te bestaan in de jaren ’40, mede door de Tweede Wereldoorlog en veranderde regelgeving.

De langst brandende lamp ter wereld

Dat het technisch wél mogelijk was om extreem duurzame lampen te maken, bewijst de beroemde “Centennial Bulb” in Livermore, Californië. Deze gloeilamp brandt sinds 1901 onafgebroken en is te volgen via een livestream. Ze is geen toeval: ze komt uit een tijd vóór het kartel, waarin duurzaamheid nog het doel was.

Het begin van geplande veroudering

Het Phoebus-kartel wordt vaak genoemd als het eerste georganiseerde voorbeeld van geplande veroudering. Dit is het principe waarbij fabrikanten producten expres zo ontwerpen dat ze na een bepaalde tijd kapotgaan of verouderd raken, zodat je sneller een nieuwe koopt.

Dit idee zou later opduiken in tal van sectoren: van nylons die snel slijten, tot printers die “op slot” gaan na een bepaald aantal prints, tot smartphones die trager worden bij updates.

Wat we hiervan kunnen leren

Hoewel het Phoebus-kartel al lang geleden is opgeheven, leeft het principe voort. In een wereld waarin duurzaamheid en circulaire economie steeds belangrijker worden, is het verhaal van de gloeilamp een pijnlijk voorbeeld van hoe commerciële belangen innovatie en duurzaamheid kunnen tegenwerken.

Tegelijk laat het zien hoe machtig internationale samenwerking tussen bedrijven kan zijn en hoe belangrijk toezicht en regelgeving zijn om consumenten te beschermen.

Reacties uitgeschakeld voor Het Phoebus-kartel: hoe fabrikanten samen de levensduur van gloeilampen beperkten