De onbreekbare wil van de Mapuche: 300 jaar verzet tegen de Spaanse kroon
Lang voordat Chili een republiek werd, vochten de Mapuche al een van de langst durende oorlogen uit die het Amerikaanse continent ooit heeft gekend. Geen andere inheemse groep wist zich zo lang te verzetten tegen de Spaanse veroveraars. Driehonderd jaar lang hielden ze stand – en dat deden ze op hun eigen manier, in hun eigen ritme, met hun eigen trots.
Na de verovering van het Incarijk in het noorden, richtten de Spaanse conquistadores hun aandacht op het zuiden. In de jaren 1540 arriveerden ze in het huidige Chili, op zoek naar goud, landbouwgrond en nieuwe zielen om te bekeren. Maar wat ze aantroffen was geen rijk zoals dat van de Inca’s – het zuiden bestond uit losse dorpen, bevolkt door strijdvaardige stammen: de Mapuche.
De Spanjaarden verwachtten een snelle overwinning. Ze bouwden forten en stichtten steden zoals Valdivia en Concepción. Maar de Mapuche pasten zich razendsnel aan. Ze leerden de Spaanse wapens kennen, gebruikten paarden en vormden mobiele legereenheden. Vanaf het begin werd duidelijk: dit zou geen gemakkelijke verovering worden.
De eerste grote slagen
De oorlog tussen de Mapuche en de Spanjaarden staat bekend als de Arauco-oorlog. Het begon in 1546 en duurde – met onderbrekingen – tot het begin van de 19e eeuw. In 1553 vond een van de eerste grote overwinningen van de Mapuche plaats. Onder leiding van de jonge krijger Lautaro vernietigden ze het Spaanse leger van gouverneur Pedro de Valdivia en doodden hem op het slagveld.

Lautaro
Lautaro was geen gewone strijder. Hij had als page in Spaanse dienst gewerkt, had het gebruik van paarden en wapens geleerd, en wist de Spaanse zwaktes te exploiteren. Hij gebruikte guerrillatactieken, hinderlagen en verrassingsaanvallen om de vijand te ontregelen. Zijn strategieën zouden nog generaties lang worden gebruikt.
Na Lautaro volgden andere leiders: Caupolicán, Galvarino, Pelantaro – namen die voor de Mapuche nog steeds klinken als helden. Ze werden gekozen op basis van moed en inzicht, en leidden tijdelijke allianties van stammen in de strijd tegen het Spaanse rijk.
Vrede of misleiding?
In de loop van de 17e eeuw begonnen de Spanjaarden in te zien dat een totale overwinning onmogelijk was. Ze besloten tot een zeldzame oplossing: vredesonderhandelingen. Vanaf 1641 vonden er op regelmatige basis parlamentos plaats – formele bijeenkomsten waar Spanjaarden en Mapuche leiders met elkaar spraken, onder meer in Boroa en Negrete.
Deze parlementen resulteerden in een soort wapenstilstand. De Mapuche erkenden niet de Spaanse soevereiniteit, maar stemden in met handelsrelaties en diplomatieke contacten. In ruil daarvoor trokken de Spanjaarden zich grotendeels terug uit Araucanía – het traditionele Mapuche-gebied.
Het klinkt als een compromis, maar veel Mapuche zagen het als een manier om tijd te winnen en hun autonomie te behouden. Hun samenleving bleef onafhankelijk, hun land onaangeroerd door kerken, mijnen en plantages.
Een volk van aanpassers
De Mapuche stonden niet stil. Ze namen het paard op in hun cultuur en werden meesterruiters. Ze begonnen ijzeren wapens te smeden en gebruikten buskruit. Tegelijkertijd behielden ze hun eigen sociale structuren, talen, rituelen en geloofssystemen.
Ze leerden de kunst van diplomatie, maar verloren hun vechtersmentaliteit niet. Elke Spaanse poging om hun gebied opnieuw binnen te dringen werd met felle tegenstand beantwoord.

Aan het einde van de 18e eeuw, toen de rest van Zuid-Amerika in de greep kwam van onafhankelijkheidsbewegingen, bleven de Mapuche trouw aan hun vrijheid – niet aan Spanje, en zeker niet aan het opkomende Chili.
De Chileense staat en de ‘Pacificación’
Toen Chili in 1818 onafhankelijk werd van Spanje, veranderde de situatie. Waar Spanje vaak koos voor onderhandelen, besloot de nieuwe Chileense staat tot harde actie. In de tweede helft van de 19e eeuw startte de Chileense overheid de zogenaamde Pacificación de la Araucanía – een militaire campagne om de Mapuche definitief te onderwerpen.
Tegen de klok van de modernisering – met spoorwegen, stoomschepen en artillerie – konden de Mapuche zich uiteindelijk niet meer verdedigen. In 1883 viel hun laatste vrije gebied. Tienduizenden Mapuche werden gedood, gedeporteerd of gedwongen tot assimilatie.
Hun land werd opgedeeld onder kolonisten. Hun rituelen verboden. Hun taal onderdrukt.
Maar het verzet leeft voort
Toch verdween de Mapuche-identiteit niet. In de 20e en 21e eeuw groeide een nieuwe generatie activisten op die hun geschiedenis niet was vergeten. Ze eisten land terug, culturele erkenning en politieke autonomie. Er ontstonden protesten, bezettingen van landgoederen en juridische processen.
Sommige Mapuche-gemeenschappen herintroduceerden hun taal, bouwden rukas (traditionele huizen), en vierden hun feesten met trots. Ze verwezen naar hun voorouders – Lautaro, Galvarino – als inspiratiebronnen.
In moderne Chileense politiek is het Mapuche-vraagstuk nog steeds actueel. Er zijn politieke partijen die opkomen voor Mapuche-rechten. In 2021 werd zelfs een Mapuche-vrouw, Elisa Loncón, verkozen tot voorzitter van de grondwetgevende vergadering van Chili.
Meer dan 300 jaar strijd – en het vuur is nog altijd niet gedoofd.