20e Eeuw,  Engeland,  Ottomaanse Rijk

Waarom de Dardanellen zo belangrijk waren aan het begin van de Eerste Wereldoorlog

Een smalle zeestraat die wereldmachten in beweging bracht. Wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, verandert de Dardanellen in een strategische sleutel waar grootmachten hun hoop, angst en ambities op projecteren. Wat begint als een diplomatiek rekensommetje groeit binnen enkele maanden uit tot een van de meest discutabele militaire beslissingen van de oorlog.

Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog is de situatie in het oostelijke Middellandse Zeegebied volledig op scherp gezet. Rusland, onderdeel van de geallieerde Entente, is vrijwel volledig afhankelijk van de doorvaart via de Bosporus en de Dardanellen voor de aanvoer van wapens, vracht en grondstoffen. De noordelijke havens van Rusland liggen maanden per jaar dichtgevroren, waardoor de route via de zeestraat essentieel is om de oorlog vol te houden. Een afgesloten Dardanellen betekent een geïsoleerd Rusland, en dat is precies wat er na augustus 1914 gebeurt wanneer het Ottomaanse Rijk de kant van Duitsland kiest.

De Russische afhankelijkheid van een open zeestraat

Voor de geallieerden ontstaat meteen een enorme logistieke nachtmerrie. Het Russische front begint al vroeg onder druk te staan, stukken artillerie en munitie ontbreken, en zowel Londen als Parijs vrezen dat een uitgeput Rusland afzonderlijk vrede zal sluiten. Een open corridor naar de Zwarte Zee zou niet alleen de Russische oorlogsinspanning redden maar ook een volledig nieuw front creëren, waardoor Duitsland haar troepen moet verspreiden. Daarnaast leeft er in Londen de hoop dat een aanval op het Ottomaanse Rijk islamitische onderdanen in opstand zal brengen, al is dat idee meer gebaseerd op wensdenken dan realistische analyse.

Dardanellen

Het Ottomaanse Rijk heeft echter eigen redenen om de Dardanellen zo hevig mogelijk te verdedigen. De zeestraat is niet alleen een toegangspoort tot Istanbul maar ook een symbool van soevereiniteit. Moderne Duitse artillerie, mijnenvelden en kustforten worden in rap tempo versterkt. De Ottomaanse regering beseft dat een succesvolle geallieerde aanval het rijk tot capitulatie kan dwingen, en dus wordt elke meter kustlijn voorbereid op een mogelijke aanval.

Tegelijkertijd worstelen de Britten en Fransen met interne onenigheid. Generaals op het westerse front willen elke beschikbare man en elk kanon inzetten in Frankrijk en België. Ze vrezen dat een grote operatie in de Middellandse Zee alleen maar middelen wegtrekt van de beslissende strijd tegen Duitsland. Maar anderen, vooral politici, zien de Dardanellen als kans om uit de loopgravenoorlog te ontsnappen. Een flankaanval die misschien wel de hele oorlog kan omgooien, klinkt verleidelijk.

Het besluit tot een aanval op de Dardanellen

De uiteindelijke beslissing ontstaat niet uit één helder plan maar uit een opeenstapeling van vergaderingen, misverstanden en politieke druk. In december 1914 bespreekt de Britse War Council mogelijke manieren om de impasse aan het westelijk front te doorbreken. Winston Churchill, First Lord of the Admiralty, speelt hierin een grote rol. Hij wijst erop dat de Royal Navy enorme slagschepen heeft die niets doen sinds de Duitse vloot zich in haar havens verschuilt. Een maritieme aanval op de Dardanellen zou deze schepen eindelijk inzetten en tegelijk een beslissende klap uitdelen aan een zwakkere tegenstander.

Churchill krijgt gehoor, maar niet iedereen is overtuigd. Verschillende admiraals waarschuwen dat een zeestraat vol mijnen, smal water en goed geplaatste forten niet zomaar met kanonvuur te openen is. Toch blijven de politieke voordelen zwaar wegen. De legerleiding belooft aanvankelijk dat er geen landmacht nodig zal zijn. De marine zou de klus alleen klaren. Dat idee blijkt achteraf een cruciale misvatting, maar op dat moment klinkt het aantrekkelijk: een eenzijdige vlootoperatie kost weinig manschappen en voorkomt dat de geallieerden troepen moeten weghalen uit Frankrijk.

Russische druk en geopolitieke urgentie

Ondertussen komt er druk vanuit Rusland. Begin januari 1915 bereiken berichten Londen en Parijs dat het Russische Kaukasusfront zware verliezen lijdt tijdens de Ottomaans-Russische wintercampagne. De Russische minister van Buitenlandse Zaken vraagt dringend om afleiding elders. Een aanval op de Dardanellen zou de druk op de Russische frontlinie onmiddellijk verlichten. Voor de geallieerden is dat een extra argument om het plan door te zetten.

Zo ontstaat in januari 1915 de beslissing die de rest van het jaar zal tekenen: de geallieerde vloten zullen proberen de Dardanellen open te breken. Het plan wordt voorgesteld als relatief eenvoudig. De zware slagschepen bombarderen de kustforten, vegen de mijnen weg en varen vervolgens door naar de Zee van Marmara. Met een beetje geluk kunnen ze zelfs Istanbul onder vuur nemen. Politici spreken enthousiast over een “oorlogsklapsignal” dat de Ottomaanse regering zal dwingen tot capitulatie.

Er wordt nauwelijks gekeken naar logistieke details. Er wordt niet gevraagd wat er gebeurt als de vloot vastloopt. Er wordt niet besproken wat er moet gebeuren als de Ottomaanse artillerie sterker blijkt dan gedacht. De marineleiders die bezwaar maken krijgen de waarschuwing dat ze niet tegen het politieke momentum in moeten gaan. De operatie staat al praktisch op de kalender.

De eerste bombardementen en de realiteit aan de zeestraat

In februari 1915 verzamelen Britse en Franse slagschepen zich voor de monding van de Dardanellen. De eerste bombardementen beginnen op 19 februari. Wat volgt is geen snelle overwinning maar een reeks teleurstellingen. De Ottomaanse forten geven zich niet gewonnen, mijnenvegers worden onder vuur genomen en de geallieerde commandanten beseffen al snel dat het plan veel optimistischer was dan de werkelijkheid toelaat.

Uitzicht op de Entente-vloot in de Dardanellen

De geallieerden staan dan voor een bittere keuze. Ze kunnen de Dardanellen opgeven en Rusland aan haar lot overlaten. Of ze kunnen het plan uitbreiden naar een volledige invasie van het schiereiland Gallipoli.

Reacties uitgeschakeld voor Waarom de Dardanellen zo belangrijk waren aan het begin van de Eerste Wereldoorlog