20e Eeuw,  Duitsland,  Finland,  Hongarije,  Italië,  Kroatië,  Roemenië,  Slowakije,  Spanje

Operatie Barbarossa: de landen die deelnamen aan de invasie van de Sovjet-Unie

Op 22 juni 1941 barst de grootste militaire operatie uit de wereldgeschiedenis los. Nazi-Duitsland valt met miljoenen soldaten de Sovjet-Unie binnen. Maar ze doen dat niet alleen: een reeks bondgenoten, vazalstaten en vrijwilligers sluiten zich aan. Van Finland tot Roemenië en van Spanje tot Slowakije, allemaal leveren ze hun bijdrage aan Operatie Barbarossa. Dit is het verhaal van de coalitie die samen met Hitler de oorlog tegen Stalin begon.

Het hart van de invasie was zonder twijfel het Duitse leger. Onder leiding van Adolf Hitler rukten drie gigantische legergroepen op:

  • Legergroep Noord, onder veldmaarschalk von Leeb, richting Leningrad.
  • Legergroep Midden, onder von Bock, met Moskou als doel.
  • Legergroep Zuid, onder von Rundstedt, richting Oekraïne en de Kaukasus.

In totaal bracht Duitsland meer dan 3 miljoen soldaten, 3.600 tanks, 7.000 artilleriestukken en 2.700 vliegtuigen op de been. Het was de grootste aanvalsmacht die ooit in één keer ingezet was. Maar zelfs voor Duitsland was dit een enorme gok, en dus waren bondgenoten welkom.

Roemenië: de grootste bondgenoot

Roemenië leverde veruit de meeste troepen na Duitsland. Het land wilde gebieden terugveroveren die het in 1940 aan de Sovjet-Unie had verloren: Bessarabië en Noord-Boekovina. Onder maarschalk Ion Antonescu vochten meer dan 600.000 Roemeense soldaten mee, vooral aan het zuidelijke front.

Roemenen speelden een sleutelrol in de gevechten rond Odessa en later Stalingrad. Hun legers waren echter minder goed uitgerust dan de Duitse Wehrmacht en leden zware verliezen. Bij de Sovjettegenaanval rond Stalingrad in 1942 stortten de Roemeense frontlinies in, wat de Duitse catastrofe daar mede mogelijk maakte.

Hongarije: gedwongen deelname

Hongarije sloot zich in eerste instantie aarzelend aan. Het regime van Miklós Horthy wilde niet volledig onder Duitse bevelen staan. Maar na een mysterieus bombardement op de stad Kassa (juni 1941), dat aan de Sovjets werd toegeschreven, verklaarde Hongarije de oorlog.

Hongaarse eenheden vochten in Oekraïne en Rusland. In 1942 werd het Tweede Hongaarse Leger naar de Don gestuurd. Daar leden ze enorme verliezen tijdens de Sovjetwinteroffensieven. Tienduizenden Hongaarse soldaten kwamen om; het werd een nationale tragedie.

Italië: het Corpo di Spedizione Italiano

Ook Benito Mussolini wilde zijn deel van de glorie. Italië stuurde in eerste instantie een expeditieleger van ongeveer 60.000 man: het Corpo di Spedizione Italiano in Russia. Later werd dit uitgebreid tot de ARMIR (Italiaans leger in Rusland), met 200.000 man.

De Italianen waren slecht voorbereid op de extreme kou en de zware gevechten. Tijdens de Sovjetwinteroffensieven van 1942–1943 werd het leger vrijwel vernietigd. Slechts een fractie keerde terug naar Italië.

Finland: de Voortzettingsoorlog

Finland was een speciale bondgenoot. Het land vocht niet om Hitler te steunen, maar om eigen verloren gebied terug te winnen. In de Winteroorlog (1939–1940) had Finland grote delen van Karelië aan de Sovjets moeten afstaan.

Toen Duitsland de Sovjet-Unie aanviel, sloot Finland zich aan in wat de Finnen de Voortzettingsoorlog noemen. Hun doel was Karelië terug te veroveren. Finse troepen rukten snel op en omsingelden Leningrad van de noordzijde. Maar ze weigerden deel te nemen aan de aanval op de stad zelf, ondanks Duitse druk. Finland bleef dus een aparte speler, die naast Duitsland vocht maar een eigen agenda had.

Slowakije: een satellietleger

Na de bezetting van Tsjecho-Slowakije had Duitsland een vazalstaat gecreëerd: Slowakije onder president Tiso. Als loyale bondgenoot leverde Slowakije een expeditiekorps van ongeveer 50.000 man.

Hun rol was vooral ondersteunend. Ze namen deel aan de invasie van Oekraïne en Rusland, maar werden al snel teruggebracht tot beveiliging en bezettingsdiensten.

Spanje: de Blauwe Divisie

Officieel was Spanje onder Franco neutraal. Maar het fascistische regime voelde zich sterk verbonden met Duitsland. Franco wilde geen formele oorlogsdeelname riskeren, maar stuurde wel vrijwilligers: de División Azul of Blauwe Divisie.

Deze 18.000–20.000 Spaanse soldaten vochten vooral rond Leningrad. Ze stonden bekend om hun fanatieke inzet, maar leden ook zware verliezen. In 1943 werden ze officieel teruggeroepen, al bleven sommige vrijwilligers aan het front.

Kroatië: een symbolische bijdrage

Ook de door Duitsland gecreëerde staat Kroatië leverde troepen. Het Kroatisch Legioen, enkele duizenden soldaten, werd geïntegreerd in Duitse eenheden. Hun bijdrage was vooral symbolisch, bedoeld om de loyaliteit van de fascistische regering in Zagreb te tonen.

Indirecte steun en gedwongen arbeid

Daarnaast kreeg Duitsland steun in de vorm van arbeidskrachten, voorraden en transport. In door Duitsland bezette landen zoals Tsjechië, Frankrijk en Polen werden honderdduizenden arbeiders ingezet om de Duitse oorlogsmachine draaiende te houden. Hoewel deze landen geen eigen troepen leverden, waren hun fabrieken en spoorwegen onmisbaar voor de invasie.

Een internationale coalitie tegen de Sovjet-Unie

De invasie van de Sovjet-Unie was dus geen puur Duitse operatie. Het was een gezamenlijke onderneming van de Asmogendheden en hun bondgenoten. Van de Roemeense divisies in het zuiden tot de Finnen in het noorden, van de Hongaren aan de Don tot de Spaanse vrijwilligers bij Leningrad, overal vocht een lappendeken van legers mee.

Toch hadden deze bondgenoten verschillende motieven:

  • Roemenië en Finland wilden verloren grondgebied terug.
  • Hongarije en Slowakije waren satellieten die nauwelijks keuze hadden.
  • Italië en Spanje wilden vooral hun loyaliteit aan Duitsland tonen.

Dit zorgde voor spanningen. Duitse generaals klaagden vaak over de slechte bewapening en discipline van hun bondgenoten, terwijl de kleinere landen zich misbruikt voelden als kanonnenvlees.

Het resultaat

In de eerste maanden boekte de coalitie enorme successen. De Sovjets verloren miljoenen soldaten, duizenden tanks en vliegtuigen, en enorme stukken grondgebied. Maar toen de winter viel, stokte het offensief.

Vanaf 1942, bij Stalingrad en elders, bleek hoe kwetsbaar de bondgenoten waren. Roemeense, Hongaarse en Italiaanse legers stortten in tijdens Sovjetoffensieven. Het begin van het einde voor de asmogendheden aan het oostfront was ingeluid.

Reacties uitgeschakeld voor Operatie Barbarossa: de landen die deelnamen aan de invasie van de Sovjet-Unie