De Middeleeuwse Wolkenkrabbers van Bologna: Waarom stond deze stad ooit vol met torens?
In het hart van Italië, tussen rode daken en oude arcades, rijzen nog altijd enkele torens op boven Bologna. Maar wat vandaag uitzonderingen lijken, waren ooit de norm: in de middeleeuwen stond de stad vol met hoge stenen torens. Waarom bouwden rijke families deze torens, en wat is er met de meeste gebeurd?
In de 12e en 13e eeuw was Bologna een rijke, zelfstandige stadstaat. Het was een centrum van handel, wetenschap en politieke strijd. Tegelijkertijd was het ook een stad vol rivaliteit: machtige families streden om invloed, rijkdom en prestige. Een van de manieren om te laten zien dat je meetelde, was het bouwen van een toren.
Deze torens hadden meerdere functies. Ten eerste waren ze statussymbool: hoe hoger de toren, hoe machtiger de familie. Maar ze hadden ook een militaire functie. Tijdens conflicten konden families zich terugtrekken in hun toren, die diende als privévesting. De ingangen zaten vaak meters boven de grond en waren bereikbaar via ladders of bruggen.

Gravure van de stad Bologna uit Leandro Alberti’s Geschiedenis van Bologna, 1590, met de twee overgebleven torens en verschillende andere
Sommige torens hadden bovendien woonruimtes. Maar echt comfortabel waren ze niet: smal, donker, koud en moeilijk te verwarmen. Ze waren niet bedoeld om fijn in te wonen, maar om te imponeren en te verdedigen.
Hoeveel torens waren er?
Volgens sommige schattingen telde Bologna in zijn hoogtijdagen meer dan 100 torens, mogelijk zelfs 180. De meeste werden gebouwd tussen 1100 en 1300. Het stadsbeeld moet indrukwekkend zijn geweest: een woud van smalle, hoge torens tussen de lage huizen en kerken.

Het middeleeuwse Bologna, vol torens, zoals verbeeld door de moderne graveur Toni Pecoraro
Toch was het niet zonder risico. Veel torens waren gebouwd met baksteen of slecht uitgelijnde stenen. Sommige stortten in. Anderen raakten beschadigd bij aanvallen of branden.
De twee beroemdste torens
Van de vele torens die Bologna ooit telde, zijn er nog ongeveer twintig bewaard gebleven. De beroemdste zijn de Torre degli Asinelli en de Torre Garisenda. Ze staan naast elkaar en zijn hét symbool van Bologna geworden.
- Torre degli Asinelli is de hoogste nog bestaande middeleeuwse toren van Italië, met een hoogte van bijna 98 meter. Hij werd gebouwd door de familie Asinelli in het begin van de 12e eeuw. Vandaag kun je hem beklimmen – via 498 houten treden – voor een spectaculair uitzicht over de stad.
- Torre Garisenda is kleiner en staat scheef, zoals de toren van Pisa. Oorspronkelijk was hij bijna even hoog als zijn buurman, maar in de 14e eeuw werd hij verlaagd vanwege instortingsgevaar. De toren wordt zelfs genoemd in Dantes Inferno, waar hij de hel beschrijft en de scheve Garisenda gebruikt als metafoor.

Foto van de twee torens in Bologna, Asinelli (rechts) en Garisenda (links)
De val van de torens
In de late middeleeuwen veranderde Bologna. De macht van adellijke families nam af, en de stad kwam onder invloed van de Pauselijke Staat. De noodzaak én het prestige van de torens verdwenen. Sommige torens werden gesloopt door de overheid om rebellie te ontmoedigen, andere stortten in of werden afgebroken om ruimte te maken voor huizen of straten.
Een aantal torens werd opgenomen in andere gebouwen: ze vormen nu de kern van kerken, klokkentorens of palazzi. Pas in de 19e en 20e eeuw kwam er meer historisch besef en werden de overgebleven torens beschermd.
Bologna’s skyline van vroeger en nu
Vandaag zijn de torens van Bologna een toeristische trekpleister en een venster op het middeleeuwse verleden. De stad zonder torens is nauwelijks voor te stellen geweest in de 12e eeuw – net zoals we nu niet verwachten dat rijke families hun eigen wolkenkrabbers bouwen.
Maar in Bologna deden ze het. En een paar trotse stenen reuzen herinneren je er nog steeds aan.


