De Grieks-Turkse Oorlog en de weg naar de Eerste Wereldoorlog
De eerste decennia van de 20e eeuw waren een turbulente tijd voor de Balkan en Klein-Azië. Het Ottomaanse Rijk, eeuwenlang een van de grootste machten ter wereld, wankelde op zijn fundamenten. Griekenland, dat sinds de 19e eeuw onafhankelijk was geworden, keek ondertussen steeds meer naar gebieden waar nog Grieken woonden, maar die nog onder Ottomaanse heerschappij stonden. Deze botsende belangen leidden tot de Grieks-Turkse Oorlog van 1919 tot 1922, een conflict dat diep verweven is met de nasleep van de Eerste Wereldoorlog en de uiteindelijke vorming van de moderne Turkse staat.
Tegen de tijd dat de Eerste Wereldoorlog begon, stond het Ottomaanse Rijk bekend als de “zieke man van Europa.” Het had grote delen van de Balkan al verloren tijdens de Balkanoorlogen van 1912 en 1913. Nationalistische bewegingen verspreidden zich door de regio en buurlanden aasden op nog meer gebieden. Griekenland speelde daarbij een belangrijke rol, want veel Grieken woonden nog steeds in Anatolië, vooral aan de westkust in Smyrna (Izmir).
Griekenland voelde zich gesterkt door de Megali Idea, het idee van een Groot-Griekenland dat Constantinopel (Istanbul) en de kusten van Klein-Azië zou omvatten. Dit ideaal maakte botsingen met de Ottomanen bijna onvermijdelijk.

Kaart van het Megali-idee
De Eerste Wereldoorlog en de val van het Rijk
Tijdens de Eerste Wereldoorlog koos het Ottomaanse Rijk de zijde van de Centrale Mogendheden, waaronder Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Dat bleek fataal. Na de nederlaag van 1918 lag het rijk in puin. Europese grootmachten verdeelden de voormalige Ottomaanse gebieden alsof het schaakstukken waren.
Voor Griekenland leek dit hét moment om de Megali Idea waar te maken. Groot-Brittannië, onder premier David Lloyd George, steunde het idee dat Griekenland Smyrna mocht bezetten. In 1919 landden Griekse troepen in de stad, officieel om de christelijke bevolking te beschermen, maar in werkelijkheid als eerste stap naar annexatie.
Het begin van de Grieks-Turkse Oorlog
De Griekse landing in Smyrna werd met gejuich ontvangen door veel Grieken, maar de Turkse bevolking zag het als een bezetting. Dit leidde direct tot spanningen en bloedige confrontaties. Uit deze weerstand ontstond de Turkse nationale beweging onder leiding van Mustafa Kemal, later bekend als Atatürk.

Greek soldiers komen aan in Smyrna
Kemal organiseerde vanuit Anatolië een tegenbeweging die zich verzette tegen zowel de Grieken als de geallieerde bezetters. Terwijl de officiële Ottomaanse regering in Constantinopel zwak en verdeeld was, groeide de kracht van Kemals nationale leger.
De opmars en terugslag van Griekenland
Aanvankelijk boekten de Griekse legers succes. Ze rukten diep Anatolië binnen en stonden in 1921 zelfs bij de rivier de Sakarya, op slechts enkele honderden kilometers van Ankara, waar Kemals regering zetelde. Het leek erop dat Griekenland zijn droom zou verwezenlijken.
Maar de Grieken raakten overbelast. Hun aanvoerlijnen waren te lang, hun soldaten uitgeput en de steun van de geallieerden begon te wankelen. De Fransen en Italianen zochten ondertussen toenadering tot Kemal, omdat ze inzagen dat zijn beweging meer kans had te overleven dan de Ottomaanse reststaat.
De Turkse tegenaanval
In de zomer van 1922 sloegen de Turken hard terug. Met goed georganiseerde troepen en steun uit de bevolking lanceerde Kemal een groot offensief. Binnen enkele weken werden de Grieken teruggedrongen naar de kust. Smyrna, waar de oorlog begonnen was, werd in september 1922 heroverd door Turkse troepen.

Mustafa Kemal in 1918
Tijdens de inname van Smyrna brak een enorme brand uit die een groot deel van de stad verwoestte. Tienduizenden Grieken en Armeniërs sloegen op de vlucht of kwamen om. Dit trauma markeerde het definitieve einde van de Griekse droom in Anatolië.
Het Verdrag van Lausanne
Na de Turkse overwinning volgden onderhandelingen met de geallieerden. Het resultaat was het Verdrag van Lausanne (1923). Dit verdrag erkende de soevereiniteit van de nieuwe Republiek Turkije en legde de grenzen grotendeels vast zoals we die nu kennen.
Een belangrijk onderdeel van het verdrag was de bevolkingsuitwisseling tussen Griekenland en Turkije. Ongeveer 1,5 miljoen Grieken uit Anatolië werden naar Griekenland gestuurd, terwijl circa 500.000 moslims uit Griekenland naar Turkije verhuisden. Het was een van de grootste gedwongen migraties van de 20e eeuw.


