
De Val van Granada: Het Einde van de Spaanse Reconquista
In 1492 vond een van de meest bepalende momenten in de Europese geschiedenis plaats. Na bijna 800 jaar van strijd kwam er een einde aan de Reconquista, de herovering van Spanje door de christelijke koninkrijken. De val van Granada markeerde het laatste hoofdstuk van een episch conflict tussen moslims en christenen op het Iberisch schiereiland. Hoe verliep dit cruciale jaar, en wat betekende het voor Spanje en de wereld?
Na de islamitische verovering van het Iberisch schiereiland in de 8e eeuw hadden moslims eeuwenlang de macht over grote delen van Spanje en Portugal. Het emiraat van Granada, gelegen in het zuidoosten van Spanje, was de laatste islamitische staat die standhield. Vanaf de 13e eeuw wist het, ondanks interne spanningen en externe druk, zijn onafhankelijkheid te behouden door een ingewikkeld systeem van bondgenootschappen en het betalen van tribuut aan de christelijke koninkrijken.
Granada werd een bloeiende regio, bekend om zijn architectuur, wetenschap en kunst. De beroemde Alhambra-paleizen, die nog steeds de stad domineren, zijn een symbool van deze culturele hoogtijdagen. Maar de toenemende macht van de christelijke koninkrijken in het noorden maakte het slechts een kwestie van tijd voordat Granada ten onder zou gaan.
Isabella en Ferdinand: De drijvende kracht achter de Reconquista
De Reconquista kreeg een beslissende wending in 1469 met het huwelijk van Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon. Door hun unie verenigden ze twee van de machtigste koninkrijken op het Iberisch schiereiland. Samen maakten ze van de herovering van Granada een prioriteit, zowel uit religieuze als politieke motieven.

Het Iberisch Schiereiland in 1360
Met steun van de paus en een sterk leger begonnen Isabella en Ferdinand aan een campagne die negen jaar zou duren. De belegering van Granada, die begon in 1482, was het sluitstuk van hun ambitie om het Iberisch schiereiland volledig christelijk te maken.
De belegering van Granada
In 1491 omsingelden de troepen van Isabella en Ferdinand de stad Granada volledig. Het was een zorgvuldig geplande campagne, waarbij ze gebruikmaakten van belegeringstorens, kanonnen en strategische blokkades. Binnen de stad leed de bevolking onder hongersnood en interne verdeeldheid. Sultan Boabdil, de laatste heerser van Granada, stond onder zware druk van zowel zijn eigen volk als de christelijke aanvallers.
Uiteindelijk gaf Boabdil zich op 2 januari 1492 over. Hij overhandigde de sleutels van de stad aan Ferdinand en Isabella, waarmee het emiraat van Granada officieel ophield te bestaan. Volgens de overlevering keek Boabdil tijdens zijn vertrek naar de stad om en barstte in tranen uit. Zijn moeder zou hem hebben berispt met de woorden: “Huil niet als een vrouw om wat je niet als een man hebt verdedigd.”
De gevolgen van de val van Granada
Met de val van Granada kwam er niet alleen een einde aan de Reconquista, maar begon ook een nieuw tijdperk voor Spanje. Isabella en Ferdinand werden bekend als de Katholieke Koningen en vestigden een sterke, gecentraliseerde staat. Ze zouden in hetzelfde jaar Christoffel Columbus naar de Nieuwe Wereld sturen, wat Spanje tot een wereldmacht zou maken.
Voor de moslims en joden van Spanje betekende 1492 echter het begin van een donkere periode. De val van Granada werd gevolgd door de Alhambra-decreten, die alle joden verplichtten zich te bekeren tot het christendom of het land te verlaten. Later werden ook moslims gedwongen hun geloof op te geven of in ballingschap te gaan.

