Ottomaanse Rijk,  19e Eeuw,  Egypte

Muhammad Ali van Egypte: De Veroveraar die Modern Egypte Stichtte

Muhammad Ali van Egypte, ook wel de “vader van modern Egypte” genoemd, was een Albanese Ottomaanse officier die begin 19e eeuw aan de macht kwam in Egypte. Zijn leiderschap zou de loop van de Egyptische geschiedenis radicaal veranderen, zowel politiek als economisch, en de basis leggen voor de modernisering van het land. Van zijn militaire overwinningen tot zijn hervormingen, zijn nalatenschap leeft voort in de manier waarop Egypte zich ontwikkelde tot een regionaal machtscentrum. Maar hoe werd hij zo machtig en wat waren zijn grootste verwezenlijkingen?

De opkomst van Muhammad Ali

Muhammad Ali kwam niet uit Egypte, maar uit Albanië, een deel van het Ottomaanse Rijk. Hij arriveerde in 1801 in Egypte als officier van een Ottomaans leger dat was gestuurd om de Franse troepen van Napoleon uit het land te verdrijven. Na het vertrek van de Fransen en jaren van politieke chaos in Egypte, slaagde Muhammad Ali erin om zichzelf als gouverneur van Egypte te vestigen. Dit was niet eenvoudig; het land was verdeeld tussen verschillende politieke en militaire facties, waaronder de Mamelukken, een machtige krijgersklasse die Egypte eeuwenlang had geregeerd.

Muhammad Ali maakte slim gebruik van intrige, onderhandelingen en brute kracht om zijn positie te consolideren. Zijn beslissende stap kwam in 1811, toen hij op sluwe wijze bijna de volledige Mamelukse elite liet vermoorden tijdens een door hem georganiseerde bijeenkomst in de Citadel van Caïro. Dit stelde hem in staat om zijn macht te centraliseren en zijn autoriteit onbetwist te maken.

De slachting van de Mamelukken op 1 maart 1811 door Mohammed Ali Pasha beëindigde hun politieke macht in Egypte en leidde tot de modernisering van het land.

Militarisme en territoriale expansie

Als een ambitieus leider zag Muhammad Ali al snel verder dan de grenzen van Egypte. Hij had grootse plannen voor een onafhankelijk rijk onder zijn controle, los van de zwakke Ottomaanse sultans. Hij bouwde een krachtig leger op, grotendeels bestaande uit Egyptische boeren, en rustte hen uit met moderne wapens en tactieken. Dit maakte hem een van de sterkste regionale machten in het Midden-Oosten.

Zijn eerste grote militaire succes kwam in 1811, toen hij op verzoek van de Ottomaanse sultan een campagne leidde tegen de Wahhabi’s, een puriteinse islamitische beweging die de controle over Mekka en Medina had overgenomen. Muhammad Ali’s zoon, Ibrahim Pasha, leidde het leger en versloeg de Wahhabi’s in 1818, waarmee hij de heilige steden voor het Ottomaanse Rijk heroverde.

Ibrahim Pasha (1789-1848), de zoon van Mohammed Ali Pasha, was een invloedrijke militaire leider in Egypte, bekend om zijn rol in de modernisering van het land en zijn veroveringen in Syrië.

Maar Muhammad Ali’s ambities reikten verder. In de jaren 1820 stuurde hij zijn leger naar Soedan om de zuidelijke grenzen van zijn rijk uit te breiden en toegang te krijgen tot de rijkdommen van het gebied, zoals goud en slaven. Hij versterkte zo zijn controle over de regio, en Soedan zou eeuwenlang nauw verbonden blijven met Egypte.

Zijn grootste uitdaging voor de Ottomaanse autoriteit kwam echter in de jaren 1830, toen hij tegen de wil van de sultan Syrië binnenviel. Zijn leger, opnieuw onder leiding van zijn zoon Ibrahim Pasha, versloeg de Ottomaanse troepen en nam grote delen van Syrië en Palestina in. Hij dreigde zelfs de hoofdstad Constantinopel te bereiken, wat de Europese grootmachten ernstig verontrustte. Uiteindelijk werd hij gestopt door internationale bemiddeling, maar het was duidelijk dat Muhammad Ali een van de machtigste heersers van het Midden-Oosten was geworden.

Modernisering van Egypte

Terwijl Muhammad Ali zijn militaire campagnes voerde, was hij ook bezig met het hervormen van de economie en de infrastructuur van Egypte. Hij zag in dat om zijn macht te consolideren, hij Egypte moest moderniseren naar Europees voorbeeld. Zijn hervormingen waren ingrijpend en hadden een blijvende impact op het land.

Een van zijn belangrijkste stappen was het moderniseren van de landbouw. Hij introduceerde nieuwe gewassen, zoals katoen, dat al snel het belangrijkste exportproduct van Egypte werd. Dit gaf een enorme impuls aan de economie en stelde hem in staat om de modernisering van het leger en de staat te financieren.

Daarnaast legde hij de basis voor een Egyptische industrie. Hij liet fabrieken bouwen voor de productie van wapens, textiel en andere goederen, zodat Egypte minder afhankelijk zou zijn van geïmporteerde goederen. Hij bouwde ook moderne scholen en stuurde studenten naar Europa om kennis te vergaren over technologie, geneeskunde en militaire strategie.

Een van zijn meest ambitieuze projecten was de hervorming van het bestuurssysteem. Hij creëerde een gecentraliseerde bureaucratie, waarbij hij de belastingen en inkomsten van het land onder zijn directe controle bracht. Dit gaf hem een ongekende macht over het dagelijks leven van de Egyptenaren.

Het einde van zijn macht

Hoewel Muhammad Ali erin slaagde om Egypte te transformeren en zijn macht uit te breiden, zou hij uiteindelijk niet de volledige onafhankelijkheid van het Ottomaanse Rijk bereiken. In de jaren 1840, onder druk van de Europese grootmachten zoals Groot-Brittannië en Frankrijk, werd hij gedwongen zijn veroveringen in Syrië op te geven en zijn militaire ambities te temperen. In ruil daarvoor mocht hij wel een erfelijke dynastie vestigen in Egypte, waardoor zijn familie nog tot 1952 over het land zou heersen.

Muhammad Ali trok zich in de laatste jaren van zijn leven terug uit de actieve politiek. Hij stierf in 1849, maar zijn nalatenschap was immens. Hij had de basis gelegd voor een modern, gecentraliseerd Egypte dat een belangrijke rol zou spelen in de internationale politiek van de 19e en 20e eeuw. Zijn dynastie bleef aan de macht tot de Egyptische revolutie van 1952, die een einde maakte aan de monarchie en de republiek inluidde.