
Hoe Mekka het hart van de islam werd
Mekka, een stad in de woestijn van het huidige Saoedi-Arabië, is vandaag de dag het spirituele centrum voor bijna twee miljard moslims wereldwijd. Maar hoe werd deze stad, die ooit een handelspost was, de belangrijkste plek in de islam? Het verhaal begint lang voor de komst van de profeet Mohammed en wordt gevormd door geschiedenis, religie en een unieke geografische positie.
Mekka was al vóór de islam een belangrijk handelscentrum. De stad lag strategisch op een karavaanroute die Zuid-Arabië met de Levant en het Middellandse Zeegebied verbond. Hier werden specerijen, wierook en andere goederen verhandeld. Door deze handelsactiviteiten groeide Mekka uit tot een welvarende nederzetting.
Daarnaast had Mekka ook een religieuze betekenis. In het midden van de stad stond de Kaäba, een kubusvormig gebouw dat volgens de lokale traditie door de profeet Ibrahim (Abraham) en zijn zoon Ismail was gebouwd als een heiligdom voor God. In de tijd vóór de islam, de zogenoemde Jahiliyya (periode van onwetendheid), werd de Kaäba echter gebruikt als tempel voor meerdere goden. Pelgrims uit de hele regio kwamen naar Mekka om hun afgoden te aanbidden.
Mohammed en de boodschap van de islam
In het jaar 570 werd Mohammed geboren in Mekka, in de stam van de Qoeraisj, die een grote rol speelde in het bestuur van de stad. Mohammed groeide op in een omgeving waarin handel en religie verweven waren. Op 40-jarige leeftijd, tijdens een periode van contemplatie in een grot op de nabijgelegen berg Hira, ontving hij volgens de islamitische traditie zijn eerste openbaring van de engel Djibriel (Gabriël). Dit was het begin van de islam.
Mohammed begon zijn boodschap van het monotheïsme te prediken in Mekka, maar dit werd niet goed ontvangen door de leiders van de stad. De Qoeraisj waren bang dat zijn ideeën hun machtspositie en de pelgrimsindustrie, die gebaseerd was op de verering van meerdere goden, zouden bedreigen. Hierdoor werd Mohammed en zijn kleine groep volgelingen onderdrukt en uiteindelijk gedwongen Mekka te verlaten.
De rol van de hidjra
De hidjra, de migratie van Mohammed en zijn volgelingen naar Medina in 622, was een keerpunt. In Medina groeide de islam uit tot een georganiseerde religie en politieke macht. Mohammed wist uiteindelijk een groot aantal stammen te verenigen onder de islamitische vlag. In 630 keerde hij triomfantelijk terug naar Mekka, waarbij de stad zonder veel bloedvergieten werd ingenomen. Een van zijn eerste acties was het reinigen van de Kaäba: alle afgodsbeelden werden verwijderd, en het gebouw werd gewijd aan de aanbidding van de ene God, Allah.

Mekka als spiritueel centrum
Vanaf dat moment werd Mekka het spirituele hart van de islam. De Kaäba werd het centrale punt van de dagelijkse gebeden (salaat) en het doel van de jaarlijkse pelgrimstocht, de hadj. Dit zijn twee van de vijf zuilen van de islam, de kernpraktijken van de religie. De hadj, die jaarlijks miljoenen moslims uit alle hoeken van de wereld naar Mekka brengt, versterkte de status van de stad als religieus centrum.
Mekka vandaag
Mekka is niet zomaar een stad. Het is een plaats waar geschiedenis, geloof en rituelen samenkomen. Hoewel het fysiek onbereikbaar is voor niet-moslims, blijft Mekka een symbool van eenheid en toewijding voor moslims wereldwijd.

