Engeland

Hoe Engeland Protestant Werd: De Religieuze Revolutie en de Impact op de Bevolking

De religieuze omwentelingen van de 16e eeuw in Engeland, aangesticht door Hendrik VIII’s breuk met Rome, veranderden niet alleen de politieke structuur van het land, maar hadden ook een enorme impact op de bevolking. Voor de gemiddelde Engelsman was de overgang van een katholieke naar een protestantse natie een chaotisch en vaak verwarrend proces. Hoewel deze religieuze veranderingen van bovenaf werden opgelegd, was het leven van gewone burgers sterk beïnvloed door de voortdurende veranderingen in kerkpraktijken en de manier waarop zij hun geloof moesten belijden.

De vroege reactie van de bevolking op Hendrik’s hervormingen

In het begin van de breuk met Rome, rond de jaren 1530, was de Engelse bevolking overwegend katholiek. Het dagelijks leven van de meeste mensen draaide om hun lokale kerk, waar ze kerkdiensten in het Latijn bijwoonden, de sacramenten ontvingen en deelnamen aan heiligenvereringen. De breuk met Rome werd daarom aanvankelijk niet breed gedragen onder de bevolking. De meeste mensen waren diepgeworteld in hun katholieke geloof en zagen weinig reden om dit te veranderen.

In 1534 brak Hendrik VIII met Rome en riep zichzelf uit tot hoofd van de Kerk van Engeland.

Voor veel gewone mensen was de Reformatie in eerste instantie meer een politieke dan een religieuze kwestie. Hendrik VIII had zichzelf simpelweg uitgeroepen tot hoofd van de Kerk van Engeland, maar in de praktijk veranderden veel rituelen en gebruiken in eerste instantie niet. De diensten bleven grotendeels hetzelfde en de katholieke tradities bleven voor een groot deel in stand. Wat echt opviel, was het verdwijnen van de invloed van de paus en de politieke gevolgen daarvan.

Er was echter verzet tegen de veranderingen, met name toen de Dissolution of the Monasteries plaatsvond tussen 1536 en 1541. Monniken en nonnen werden uit hun kloosters gezet en de landgoederen van de kerk werden verkocht, wat leidde tot een verlies van liefdadigheid, onderwijs en gezondheidszorg die de kloosters aan de lokale gemeenschappen boden. Dit verzet leidde tot opstanden zoals de Pelgrimage van Genade in 1536, waarbij duizenden mensen in het noorden van Engeland protesteerden tegen de ontbinding van de kloosters en het verlies van hun katholieke geloofspraktijken.

Pelgrimage van Genade in 1536

De protestantse hervormingen onder Edward VI

Na de dood van Hendrik VIII in 1547 begon zijn zoon, Edward VI, veel drastischere hervormingen door te voeren. De jonge koning was een overtuigd protestant en de veranderingen die onder zijn bewind werden doorgevoerd, hadden een veel grotere impact op de religieuze praktijken van de bevolking. De Latijnse mis werd vervangen door diensten in het Engels en veel katholieke symbolen, zoals beelden van heiligen, relikwieën en altaarstukken, werden uit de kerken verwijderd. Dit was voor veel gewone mensen een schok; hun vertrouwde rituelen en heilige objecten werden plotseling als “bijgeloof” bestempeld.

Edward VI voerde in 1549 protestantse hervormingen door, waaronder de invoering van het Book of Common Prayer.

De nieuwe gebedenboeken, zoals het Book of Common Prayer uit 1549, introduceerden protestantse leerstellingen die voorheen onbekend waren bij de meeste Engelsen. Voor veel mensen voelde dit als een breuk met hun diepgewortelde tradities. De religieuze hervormingen van Edward VI ontmoetten dan ook veel weerstand, vooral in het westen van Engeland. In 1549 brak de Bedevaart van het Boek uit, een opstand van boeren en lagere adel die het herstel van de oude katholieke mis en rituelen eisten. De opstand werd neergeslagen, maar het was een teken dat veel Engelsen zich niet comfortabel voelden met deze snelle veranderingen.

Maria I en de terugkeer van het katholicisme

Toen Edward VI in 1553 stierf, kwam zijn halfzus Maria I, dochter van Catharina van Aragon, aan de macht. Maria was een vurige katholiek en begon onmiddellijk met het herstellen van het katholicisme in Engeland. Ze bracht het land weer onder de controle van de paus en herstelde de katholieke mis en sacramenten. Dit werd met enthousiasme begroet door veel Engelsen, vooral in landelijke gebieden waar het protestantisme nooit echt wortel had geschoten.

In 1553 herstelde Maria I het katholicisme in Engeland en vervolgde protestanten, wat haar de bijnaam “Bloedige Maria” gaf.

Maar Maria’s pogingen om Engeland terug te brengen naar het katholicisme gingen gepaard met een brute vervolging van protestanten. Honderden protestantse leiders, predikers en volgelingen werden terechtgesteld door verbranding op de brandstapel, wat haar de bijnaam “Bloedige Maria” opleverde. Hoewel veel gewone Engelsen blij waren met de terugkeer van het katholicisme, zorgden de wrede vervolgingen voor een groeiende afkeer van het pauselijke gezag, en droegen ze bij aan een grotere steun voor protestantse ideeën, vooral in steden zoals Londen.

Elizabeth I en de religieuze stabiliteit

Na de dood van Maria I in 1558 kwam haar halfzus Elizabeth I aan de macht. Elizabeth koos voor een meer gematigde benadering en probeerde een religieuze middenweg te vinden tussen het protestantisme en het katholicisme. Ze voerde opnieuw de Act of Supremacy in, waarmee ze het hoofd van de Kerk van Engeland werd, maar ze handhaafde enkele katholieke tradities om te voorkomen dat ze de katholieke bevolking volledig van zich vervreemdde.

In 1559 voerde Elizabeth I de Act of Supremacy in, waarmee ze zichzelf tot hoofd van de Kerk van Engeland maakte en het protestantisme als staatsgodsdienst herstelde.

Onder Elizabeth werd het protestantisme echter wel de officiële staatsgodsdienst. Het Book of Common Prayer werd opnieuw ingevoerd en de kerkdiensten werden voorgeschreven volgens de anglicaanse leer. Hoewel Elizabeth relatief tolerant was ten opzichte van katholieken, werd van hen verwacht dat ze ten minste uiterlijk trouw waren aan de Anglicaanse Kerk. In de praktijk betekende dit dat ze naar de protestantse diensten moesten gaan, zelfs als ze hun katholieke geloof in het geheim bleven beoefenen.

De impact op het dagelijkse leven van de bevolking

Voor de gewone bevolking was het constant heen en weer gaan tussen katholieke en protestantse heerschappijen verwarrend en vaak gevaarlijk. Katholieken die hun geloof trouw bleven, werden soms streng vervolgd, vooral na een reeks katholieke samenzweringen tegen Elizabeth I, zoals de mislukte Babbington-complott en de Spaanse Armada van 1588. Dit leidde tot strengere maatregelen tegen katholieke edelen en geestelijken, terwijl het protestantse geloof langzaam maar zeker de dominante religie werd in Engeland.

De overgang naar het protestantisme was voor de bevolking geen uniforme ervaring. In stedelijke gebieden, waar de handel met protestantse landen zoals Nederland en Duitsland plaatsvond, verspreidden protestantse ideeën zich sneller. In landelijke gebieden bleef het katholicisme echter langer standhouden, en pas aan het eind van de 16e eeuw begon het protestantisme echt overal door te dringen.

De hervormingen waren echter vooral een zaak van aanpassing. De meeste mensen volgden uiteindelijk de officiële religie van het land, zoals opgedragen door de koningen en koninginnen. De Anglicaanse Kerk groeide, niet omdat iedereen per se overtuigd protestant werd, maar omdat dit van hen werd verwacht. De bevolking werd protestants door een combinatie van koninklijke decreten, staatscontrole en pragmatisme.

Reacties uitgeschakeld voor Hoe Engeland Protestant Werd: De Religieuze Revolutie en de Impact op de Bevolking