20e Eeuw,  Oekraïne

Het Wolyniebloedbad: Een vergeten tragedie uit de Tweede Wereldoorlog

Het Wolyniebloedbad is een van de meest brute en omstreden gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog. Tussen 1943 en 1944 werden tienduizenden Polen in de regio Wolynië (nu in het westen van Oekraïne) vermoord door de Oekraïense Opstandingsleger (UPA). Dit bloedbad, voortkomend uit etnische spanningen en politieke ambities, laat diepe wonden na in de collectieve herinnering van Polen en Oekraïne. Wat dreef de UPA tot deze acties, en waarom blijft deze gebeurtenis zo gevoelig?

Om het Wolyniebloedbad te begrijpen, moet je terug naar de complexe geschiedenis van de regio. Wolynië was eeuwenlang een smeltkroes van culturen, religies en etnische groepen. De bevolking bestond uit Oekraïners, Polen, Joden en een kleinere groep Duitsers. Tijdens het interbellum (1919-1939) maakte Wolynië deel uit van de Tweede Poolse Republiek, maar de regio kende grote spanningen tussen de Poolse autoriteiten en de Oekraïense minderheid.

De Oekraïners, die de meerderheid van de bevolking in Wolynië vormden, voelden zich onderdrukt door de Poolse overheid. Polen voerde een beleid van “Polonisatie,” waarbij Oekraïense scholen, kerken en culturele instellingen werden beperkt. Deze onderdrukking wakkerde nationalistische gevoelens aan onder de Oekraïners, wat leidde tot de opkomst van de Organisatie van Oekraïense Nationalisten (OUN). Deze beweging streefde naar een onafhankelijke Oekraïense staat en was bereid om geweld te gebruiken om dat doel te bereiken.

De Tweede Wereldoorlog: een voedingsbodem voor haat

De spanningen in Wolynië escaleerden toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. In 1939 verdeelden Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie Polen volgens het Molotov-Ribbentrop-pact. Wolynië kwam onder Sovjetcontrole te staan, wat leidde tot grootschalige repressie tegen de lokale bevolking, waaronder zowel Polen als Oekraïners. Tienduizenden mensen werden gedeporteerd naar Siberië of geëxecuteerd.

In 1941, na de Duitse inval in de Sovjet-Unie, namen de nazi’s de controle over Wolynië over. De Duitse bezetting was bijzonder wreed, met massamoorden op Joden en harde repressie tegen de rest van de bevolking. Zowel Polen als Oekraïners werden door de nazi’s tegen elkaar uitgespeeld, wat de reeds bestaande etnische spanningen verder aanwakkerde.

De Oekraïense Opstandingsleger en hun doelen

De Oekraïense Opstandingsleger (UPA) werd in 1942 opgericht als de militaire vleugel van de OUN. De UPA wilde een onafhankelijke Oekraïense staat stichten, vrij van buitenlandse overheersing. Ze zagen zowel de nazi’s, de Sovjets als de Polen als vijanden die hun ambities in de weg stonden.

Voor de UPA was Wolynië van strategisch belang. De regio was niet alleen geografisch belangrijk, maar ook een symbool van de strijd tussen Polen en Oekraïne om territorium. De leiders van de UPA concludeerden dat de Poolse aanwezigheid in Wolynië moest worden geëlimineerd om de regio als “Oekraïens” te vestigen.

De systematische moorden in Wolynië

De massamoorden begonnen in het voorjaar van 1943, met een piek in de zomer. De UPA en lokale Oekraïense milities vielen Poolse dorpen aan, vaak met brute methoden. Huizen werden in brand gestoken, inwoners werden afgeslacht met bijlen, messen en hooivorken. Soms werden hele dorpen van de kaart geveegd.

Een veelgebruikte tactiek was om dorpen aan te vallen tijdens religieuze diensten. Inwoners werden omsingeld en afgeslacht terwijl ze in kerken zaten of op weg waren naar de mis. Veel van de moorden waren extreem gewelddadig en bedoeld om angst te zaaien. Overlevenden beschreven gruwelijke scènes van families die werden vermoord, inclusief vrouwen en kinderen.

De schattingen over het aantal slachtoffers variëren, maar historici geloven dat tussen de 50.000 en 100.000 Polen zijn omgekomen in Wolynië. Sommige Poolse historici schatten het aantal zelfs op 130.000, als je ook de moorden in Oost-Galicië meerekent, dat na Wolynië het volgende doelwit werd. De UPA richtte zich niet alleen op volwassenen; kinderen, ouderen en zelfs zwangere vrouwen werden niet gespaard.

Kaart van Wolhynië en Oost-Galicië in 1939

Poolse vergeldingsacties

De Poolse verzetsbeweging, de Armia Krajowa (AK), probeerde de aanvallen van de UPA te stoppen. In sommige gevallen slaagden ze erin om Poolse dorpen te verdedigen, maar hun middelen waren beperkt. De AK voerde ook vergeldingsacties uit tegen Oekraïense dorpen. Hoewel deze acties niet dezelfde schaal en systematiek bereikten als de moorden van de UPA, droegen ze bij aan de spiraal van geweld.

De vergeldingsacties verergerden de spanningen tussen Polen en Oekraïners. Historici schatten dat tussen de 10.000 en 20.000 Oekraïners zijn omgekomen door Poolse wraakacties, wat aanzienlijk minder is dan het aantal Poolse slachtoffers.

De nasleep van het bloedbad

Na de oorlog werd Wolynië onderdeel van de Sovjet-Unie en later van Oekraïne. Voor veel Polen betekende dit dat ze gedwongen werden hun huizen te verlaten en naar andere delen van Polen te verhuizen. De Sovjetregering onderdrukte discussies over het Wolyniebloedbad, deels omdat het Oekraïense nationalisme een gevoelig onderwerp was.

Pas na de val van de Sovjet-Unie kwam er meer aandacht voor deze gebeurtenissen. In Polen wordt het bloedbad gezien als een genocide, een bewuste poging van de UPA om de Poolse bevolking uit te roeien. In Oekraïne is de interpretatie vaak anders. Veel Oekraïners zien de UPA als vrijheidsstrijders die vochten voor een onafhankelijke staat. Dit verschil in perspectief zorgt tot op de dag van vandaag voor spanningen tussen beide landen.

Reacties uitgeschakeld voor Het Wolyniebloedbad: Een vergeten tragedie uit de Tweede Wereldoorlog