Indonesië,  19e Eeuw,  20e Eeuw

Waarom Indonesië niet heel Papoea heeft: een geschiedenis van verdeeldheid en koloniale grenzen

Het eiland Nieuw-Guinea, gedeeld door Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea, heeft een complexe geschiedenis die gevormd is door koloniale ambities, geopolitieke belangen en culturele verschillen. Waarom is Papoea verdeeld tussen deze twee landen, en hoe heeft deze grens zijn huidige vorm gekregen? Het antwoord ligt in een mix van Europese koloniale politiek, de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië en de unieke identiteit van de inheemse bevolking van het eiland.

De verdeling van Nieuw-Guinea begon in de 19e eeuw, tijdens het hoogtepunt van het Europese kolonialisme. Europese grootmachten hadden wereldwijd hun invloed uitgebreid, en Nieuw-Guinea, rijk aan natuurlijke hulpbronnen en strategisch gelegen, werd een doelwit. Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië claimden delen van het eiland. In 1828 verklaarde Nederland het westelijke deel van Nieuw-Guinea als onderdeel van Nederlands-Indië. Deze claim werd vooral ingegeven door strategische belangen en de wens om concurrenten buiten de deur te houden.

Nieuw-Guinea van 1884 tot 1919.

Het oostelijke deel van het eiland werd in 1884 verdeeld tussen Duitsland en Groot-Brittannië. Duitsland controleerde het noordoosten, terwijl Groot-Brittannië het zuidoosten beheerde. In 1906 droeg Groot-Brittannië zijn deel over aan Australië, dat het onder de naam Territorium Papoea bestuurde. Na de Eerste Wereldoorlog verloor Duitsland zijn koloniën, en het Duitse deel van Nieuw-Guinea kwam onder Australisch mandaat te staan.

Deze verdeling, gemaakt door buitenlandse mogendheden, hield geen rekening met de inheemse volkeren van het eiland. De grenzen weerspiegelden politieke afspraken in Europa in plaats van culturele of geografische realiteiten.

Indonesische onafhankelijkheid en de kwestie West-Papoea

Toen Indonesië in 1949 onafhankelijk werd van Nederland, bleef West-Nieuw-Guinea buiten de overdracht. Nederland beschouwde het gebied als etnisch en cultureel verschillend van de rest van Indonesië. De inheemse bevolking van West-Nieuw-Guinea bestond grotendeels uit Melanesische volken, die weinig gemeen hadden met de Maleisische en Javaanse meerderheid van Indonesië. Nederland had plannen om West-Nieuw-Guinea te ontwikkelen tot een onafhankelijke staat voor de inheemse bevolking.

Indonesië zag dit echter anders. De Indonesische regering onder leiding van president Sukarno claimde dat West-Nieuw-Guinea deel uitmaakte van het grondgebied van de voormalige kolonie Nederlands-Indië. Het niet overdragen van West-Nieuw-Guinea werd door Indonesië gezien als een symbool van onvolledige onafhankelijkheid en een teken van Nederlands imperialisme.

President Sukarno

Escalatie en de overdracht van West-Papoea

In de jaren vijftig en zestig verscherpten de spanningen tussen Nederland en Indonesië over de toekomst van West-Nieuw-Guinea. Nederland probeerde de inheemse bevolking te betrekken bij het bestuur en richtte in 1961 een lokaal parlement op. Dit werd gezien als een stap richting zelfbeschikking. Indonesië reageerde hierop met militaire acties en diplomatieke druk.

De situatie escaleerde in 1962 toen Indonesië militaire operaties lanceerde om het gebied in te nemen. Onder internationale druk, vooral van de Verenigde Staten, stemde Nederland in met een compromis. De Verenigde Staten waren bang dat de spanningen Indonesië in de richting van de Sovjet-Unie zouden duwen tijdens de Koude Oorlog. Nederland droeg West-Nieuw-Guinea over aan een tijdelijk VN-bestuur, dat het later dat jaar aan Indonesië overdroeg.

In 1969 organiseerde Indonesië de “Act of Free Choice”, een volksraadpleging om de toekomst van het gebied te bepalen. Slechts een klein aantal door Indonesië geselecteerde vertegenwoordigers mocht stemmen, en zij kozen unaniem voor integratie met Indonesië. Dit proces werd breed bekritiseerd als ondemocratisch en onder dwang uitgevoerd.

De onafhankelijkheid van Papoea-Nieuw-Guinea

Het oostelijke deel van Nieuw-Guinea had een heel ander traject. Onder Australisch bestuur ontwikkelde dit gebied een eigen identiteit, los van Indonesië. In 1975 werd Papoea-Nieuw-Guinea een onafhankelijke staat. De onafhankelijkheid verliep relatief vreedzaam, maar het nieuwe land stond meteen voor grote uitdagingen. Economische achterstand, politieke instabiliteit en een gebrek aan infrastructuur maakten het moeilijk om een sterke nationale eenheid te smeden.

De grens tussen Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea bleef bestaan zoals die tijdens de koloniale periode was getrokken. Deze grens verdeelt het eiland in twee landen met totaal verschillende politieke systemen, talen en nationale identiteiten.

De culturele en geografische kloof

De grens tussen Indonesisch Papoea en Papoea-Nieuw-Guinea is niet alleen een politieke scheidslijn, maar ook een culturele en geografische. Het westelijke deel van het eiland, nu verdeeld in de Indonesische provincies Papoea en West-Papoea, heeft te maken met een sterke invloed van de Indonesische staat. Dit omvat de introductie van de Indonesische taal, grootschalige migratie van andere Indonesische bevolkingsgroepen en economische exploitatie.

In Papoea-Nieuw-Guinea blijft de inheemse Melanesische cultuur sterker bewaard. Het land heeft honderden inheemse talen en gemeenschappen, en de nationale identiteit is nauw verbonden met deze diversiteit. Hoewel Papoea-Nieuw-Guinea onafhankelijk is, worstelt het met economische en politieke uitdagingen, waaronder corruptie en sociale ongelijkheid.

Politieke spanningen en onafhankelijkheidsbewegingen

In het Indonesische deel van Papoea blijven onafhankelijkheidsbewegingen actief. Veel inheemse Papoea’s voelen zich achtergesteld en gemarginaliseerd binnen Indonesië. Ze beschouwen de “Act of Free Choice” als een schijnvertoning en blijven strijden voor zelfbeschikking. Dit heeft geleid tot spanningen, protesten en gewelddadige confrontaties tussen de Indonesische overheid en Papoea’se onafhankelijkheidsgroepen.

De situatie wordt verder bemoeilijkt door de aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen zoals goud en koper. Mijnbouwbedrijven, waaronder het controversiële Freeport-McMoRan, hebben het gebied economisch belangrijk gemaakt voor Indonesië. Tegelijkertijd heeft de exploitatie van deze hulpbronnen geleid tot milieuproblemen en conflicten met de lokale bevolking.

Geopolitieke implicaties

De verdeeldheid van Papoea weerspiegelt de bredere geopolitieke dynamiek in de regio. Tijdens de Koude Oorlog speelden grootmachten een sleutelrol in het bepalen van de toekomst van het eiland. Tegenwoordig blijft de regio van strategisch belang, met opkomende spelers zoals China die hun invloed proberen uit te breiden.

Papoea blijft een gebied met grote culturele, economische en politieke uitdagingen. De grens tussen Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea is een blijvende herinnering aan de impact van kolonialisme en de complexe erfenis van de 20e eeuw.

Reacties uitgeschakeld voor Waarom Indonesië niet heel Papoea heeft: een geschiedenis van verdeeldheid en koloniale grenzen