India,  20e Eeuw

De Zoutmars van 1930: Gandhi’s vreedzame opstand tegen het Britse Rijk

In 1930 vond een van de meest iconische en invloedrijke momenten in de geschiedenis van de Indiase onafhankelijkheidsbeweging plaats: de Zoutmars. Onder leiding van Mahatma Gandhi voerden duizenden Indiërs een vreedzaam protest uit tegen het Britse koloniale bestuur. De Zoutmars was niet alleen een directe uitdaging voor het Britse gezag, maar symboliseerde ook het bredere streven naar vrijheid en zelfbeschikking in India. Hoe kwam deze mars tot stand, en waarom speelde zout zo’n cruciale rol in de strijd voor onafhankelijkheid?

Onder Britse koloniale heerschappij werd India onderworpen aan een reeks wetten en belastingen die ontworpen waren om de Britse controle te versterken en economische uitbuiting mogelijk te maken. Een van de meest omstreden wetten was die rond de productie en verkoop van zout. Zout, een essentieel product voor iedereen, werd zwaar belast door de Britten. De Indiase bevolking mocht zelf geen zout winnen of verkopen, ondanks het feit dat het overvloedig aanwezig was langs de kust van India. In plaats daarvan moesten ze hun zout kopen bij de Britten tegen hoge prijzen, wat vooral de armen zwaar trof.

Voor Mahatma Gandhi, die zich inzette voor een vreedzame, niet-gewelddadige strijd tegen het Britse kolonialisme, was de zoutbelasting het perfecte symbool van de onderdrukking van de Indiase bevolking. Hij zag het als een kans om de onrechtvaardigheid van het Britse bewind bloot te leggen en mensen te mobiliseren voor een massale campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid.

Gandhi’s plan: een mars naar de zee

In maart 1930 kondigde Gandhi zijn plan aan om een lange, symbolische mars te ondernemen naar de kustplaats Dandi in Gujarat, waar hij van plan was om zout te winnen uit de zee en daarmee de Britse zoutwetten te overtreden. Deze mars zou het begin zijn van een bredere campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid tegen het Britse gezag.

Mahatma Gandhi, Mithuben Petit en Sarojini Naidu tijdens de mars.

De mars begon op 12 maart 1930 in de ashram van Gandhi in Sabarmati, met slechts 78 volgelingen. Het plan was om in 24 dagen een afstand van ongeveer 390 kilometer af te leggen, met onderweg stops in verschillende dorpen om mensen bewust te maken van de onrechtvaardigheid van de Britse heerschappij. De actie was zorgvuldig gepland om maximale publiciteit en steun te genereren, niet alleen in India, maar ook internationaal.

De impact van de Zoutmars

De Zoutmars groeide snel uit tot een massale beweging. Onderweg sloten zich duizenden mensen aan bij Gandhi en zijn volgelingen, en de wereldpers begon uitgebreid te berichten over het vreedzame protest. De kracht van de mars zat niet alleen in het symbolische breken van de zoutwetten, maar ook in het feit dat het gewone Indiërs betrok bij de onafhankelijkheidsstrijd.

Op 5 april 1930 bereikte Gandhi de kustplaats Dandi. De volgende ochtend liep hij naar de zee, bukte zich en verzamelde zoutkristallen uit de branding. Met deze eenvoudige handeling had hij een wet overtreden, maar het was een daad die enorm veel betekenis had. Door het winnen van zout uit de zee liet Gandhi zien dat de Indiase bevolking zichzelf kon voorzien en dat de Britse heerschappij gebaseerd was op onrechtvaardige regels die genegeerd konden worden.

Na Gandhi’s symbolische actie volgden tienduizenden mensen zijn voorbeeld in heel India. Mensen langs de kust begonnen zelf zout te winnen en in andere delen van het land werden Britse zoutdepots bestormd. Het protest tegen de zoutwetten breidde zich uit tot een bredere campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid, waarbij mensen ook weigerden belastingen te betalen en Britse producten te boycotten.

De Britse reactie en internationale aandacht

De Britse autoriteiten reageerden met harde repressie. Tienduizenden mensen werden gearresteerd, waaronder veel prominente leiders van de onafhankelijkheidsbeweging. In mei 1930 werd Gandhi zelf gearresteerd, wat leidde tot nog meer protesten en geweldloze confrontaties met de Britse politie. Het harde optreden van de Britten versterkte echter alleen maar de vastberadenheid van de beweging en trok meer internationale aandacht naar de zaak van de Indiase onafhankelijkheid.

De Zoutmars had ook een enorm effect op de wereldopinie. Journalisten uit Europa en de Verenigde Staten berichtten uitgebreid over de gebeurtenissen in India, waarbij ze vaak benadrukten hoe Gandhi en zijn volgelingen geweldloos en vreedzaam bleven in het aangezicht van repressie. Deze aandacht droeg bij aan de internationale druk op het Britse rijk om concessies te doen.

De erfenis van de Zoutmars

Hoewel de Zoutmars op zichzelf de Britse controle over India niet direct beëindigde, was het een cruciaal keerpunt in de onafhankelijkheidsbeweging. De mars toonde de kracht van vreedzaam verzet en mobiliseerde miljoenen Indiërs om zich actief te verzetten tegen de Britse overheersing. Het versterkte ook Gandhi’s reputatie als leider van de beweging en maakte duidelijk dat de dagen van het Britse rijk in India geteld waren.

In 1947, slechts zeventien jaar na de Zoutmars, behaalde India zijn onafhankelijkheid. De mars blijft een van de meest symbolische en belangrijke momenten in de lange strijd van India voor vrijheid en een bron van inspiratie voor andere vreedzame protestbewegingen wereldwijd.

De Zoutmars van 1930 liet de wereld zien dat geweld niet altijd de enige weg naar verandering is. Met een simpele handeling, het winnen van zout uit de zee, zette Gandhi een beweging in gang die de loop van de geschiedenis veranderde.